© 2003-2018
linksonder Evangelie Gemeente Diemen

Website van A tot Z
De GemeenteNieuwsAgendaDe 5 troeven
ActiviteitenBoekenContactDe schepping
Crèche & KinderwerkInterviews & getuigenissenDe Bijbel
Identiteit & visieISOMAutoroutesJezus Christus
TienersPrekenOpenbaar vervoerDe mens
Voorganger & oudstenStudiesParkerenDe Heilige Geest
Zending - Baan ZionTV-uitzendingenDe website van A tot Z

Home » Nieuws » Studies » Studie

Pasen, over feiten en leugens

De volgende dag, dat is de dag na de voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij Pilatus bijeen, en zeiden: Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat zijn discipelen Hem 's nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden. En dan zal de laatste dwaling erger zijn dan de eerste. Pilatus zei tegen hen: Hier hebt u een wacht, ga heen, beveilig het naar uw beste weten. Zij gingen erheen en beveiligden het graf met de wacht, nadat zij de steen verzegeld hadden. (Matteüs 27:62-66)

Tegenwoordig is het wettelijk verplicht om bij grote evenementen bewaking in te huren. De kans dat zaken uit de hand kunnen lopen is namelijk niet denkbeeldig. Wat wettelijk niet verplicht is, is dat men het lichaam van een overleden persoon moet bewaken. Een dergelijke, wettelijke overheidsverplichting zou als volkomen onzinnig op ons overkomen. Het enige wat dit zou kunnen opleveren is voer voor psychologen en ammunitie voor cabaretiers.

Toch is dit precies wat er zo'n tweeduizend jaar geleden plaats vond. De leiders van een kleine, religieuze overheid deden namelijk een ongewoon beroep op de politieke macht, met het verzoek, om het lichaam van een dode te bewaken. Dit alles vanwege een eerdere uitspraak van deze overledene, dat hij na drie dagen zou worden opgewekt uit de dood. Niet dat zij dit geloofden, maar zijn discipelen zouden zijn lichaam wel eens kunnen stelen om vervolgens te gaan verkondigen, dat deze man zou zijn opgestaan.

De geschiedenis heeft geleerd, dat deze religieuze leiders niet in hun opzet zijn geslaagd. Het lichaam verdween namelijk uit het graf, en de verkondiging waar ze zo bang voor waren nam een aanvang, namelijk: Jezus is opgestaan uit de dood.

Twee conclusies
De historische feiten zijn dus een leeg graf, een vermist lichaam en aanhangers van de overledene, die overal begonnen te vertellen, dat God deze Jezus uit de dood had opgewekt. De alternatieve versie van de religieuze leiders werd dat de leerlingen van Jezus er op één of andere manier toch in waren geslaagd om het lichaam, ondanks al die Romeinse soldaten, ongemerkt weg te nemen.

We zouden het hier bij kunnen laten. We zouden kunnen zeggen: De één zegt dit en de ander zegt dat, en wat dan nog!! Ieder zijn meug. Maar dat mogen we niet doen vanwege de implicaties van het evangelie. Want als de verkondiging van de volgelingen van Jezus op waarheid berust, dan hebben we alles te winnen of alles te verliezen. Eeuwig leven staat op het spel, gelet op een uitspraak van de Heer: …opdat ieder die in Hem (= Jezus) gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Eeuwig leven is de inzet, maar let ook op de tussenzin 'niet verloren gaat'. We kunnen kennelijk verloren gaan, aldus Jezus. Een juist antwoord op de vraag wie er van deze twee partijen gelijk heeft, is dus van (eeuwig) levensbelang.

Motieven
Als we uitgaan van de vooronderstelling dat de leerlingen van Jezus zijn lichaam hadden gestolen, dan moet er sprake zijn van een motief. Want wie stelt er zijn leven in de waagschaal om een dode te stelen? Wie doet zo iets? En als dat al zo zou zijn, wie gaat er dan vervolgens met gevaar voor eigen leven een leugen aan verbinden? Wie zijn er, zoals de geschiedenis leert, ook nog eens bereidt om voor die 'leugen' te sterven? Waren dat de elf overgebleven 'helden', die Jezus volgden?

De vraag is dus allereerst: Waren Jezus' leerlingen het soort van onverschrokken helden, die je nodig hebt om zo'n 'mission impossible' uit te voeren? De evangelie schrijvers laten het tegenovergestelde beeld zien. In Matteüs 26:55, 56 lezen we:

Op dat moment sprak Jezus tot de menigte: Bent u er met zwaarden en stokken opuit gegaan als tegen een misdadiger om mij te vangen? Dagelijks zat Ik bij u in de tempel om onderwijs te geven en u hebt Mij niet gegrepen, maar dit alles is geschied, opdat de Schriften van de profeten vervuld zouden worden. Toen verlieten al de discipelen Hem en vluchten.

De feiten zijn dan ook, dat Jezus' leerlingen niet bereid waren om hun leven te wagen voor een levende Jezus...; laat staan dat zij bereid waren te sterven voor een dode Jezus. Ze vluchten allemaal (!) uit angst voor hun leven. Zelfs bij zijn leven was Jezus kennelijk niet de moeite waard om voor te sterven. Laat staan na zijn dood. De leerlingen waren dus duidelijk niet die helden, die tot zo'n daad in staat zouden zijn.

Dit blijkt opnieuw wanneer we weer over de discipelen lezen, en waar ze verblijf houden op de derde dag na de kruisdood van de Heer. De apostel vermeldt daar, in Johannes 20:19, indirect de tactiek van de elfen. Johannes schrijft:

Toen het nu avond was op de eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeen waren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en Hij zei tegen hen: Vrede zij u!

Nee, de leerlingen van Jezus waren kort na alle gebeurtenissen wel de laatste die hun leven voor een zinloze leugen wilden geven. Toch heeft de geschiedenis wel degelijk geleerd, dat ruim meer dan de helft van hen hun leven hebben gegeven. Echter niet vanwege een leugen, zoals de religieuze leiders beweerden; maar om de heerlijke waarheid, dat Jezus inderdaad is opgestaan uit de dood.

David mocht deze gebeurtenis onder inspiratie van de Geest opschrijven:

Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet. (Psalmen 16:10)

Of zoals Jesaja acht eeuwen voor Christus in Jesaja 53 o.a. profeteert:

Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden.
Om de overtredingen van mijn volk is de plaag op Hem geweest.
Men heeft zijn graf bij de goddelozen gesteld,
en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest,
omdat Hij geen onrecht gedaan heeft
en geen bedrog in zijn mond geweest is
. (vers 8b, 9)

Daarom zal Ik Hem veel toedelen,
en machtigen zal Hij verdelen als buit,
omdat Hij zijn ziel heeft uitgestort in de dood,
onder de overtreders is geteld,
omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft
en voor de overtreders gebeden heeft.
(vers 12)

Alle beveiliging rond het graf mocht niet baten. Zoals alle tegenargumenten en theorieën tegen Jezus' opstanding niet zullen baten, want: JEZUS LEEFT!! Tot in alle eeuwigheid. De uitnodiging tot deze kwaliteit van leven geldt voor alle mensen. Bent u daar al op ingegaan? Of heeft u geen tijd voor de eeuwigheid?

Jan Meijerink

Ga terug naar het overzicht met studies